Anstracte en wilde cirkels in bordeaurood
|   Leestijd: 6 minuten

Hoe kunnen we de energietransitie opschalen en versnellen?

Met de sterk stijgende energieprijzen wordt besparen van gas steeds belangrijker. Veel huiseigenaren komen nu al financieel in de problemen en dat zal de komende tijd alleen maar erger worden. We lopen deze winter tegen een serieuze energiecrisis aan. We moeten opschalen en versnellen om de doelstellingen te halen.

In de energietransitie doet de overheid niet veel meer dan ‘beschikbaar stellen’: subsidies en de voorwaarden daaromheen. We richten ons hier even op de Specifieke Uitkeringsregeling Lokale Aanpak Isolatie (SpUk LAI), onderdeel van het Nationaal Isolatie Programma (NIP). Met de SpUk LAI is ruim 470 miljoen euro beschikbaar voor gemeenten. Hiermee kunnen ze een eigen advies- en isolatieprogramma opzetten om inwoners financieel te ondersteunen bij het isoleren van hun woning: de belangrijkste stap om gasverbruik te verminderen.

Met de SpUk LAI wil de overheid “zoveel mogelijk slecht geïsoleerde woningen met een lage WOZ-waarde te verbeteren”. Het gaat daarbij om enorme aantallen. Het NIP spreekt over totaal 2,5 miljoen slecht geïsoleerde huizen die vóór 2030 verduurzaamd moeten worden. De SpUk LAI is bedoeld voor 750.000 huizen, bijna 30% van het totaal.

Die opdracht en regie van de SpUk LAI wordt bij gemeenten neergelegd. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor het bereiken van de doelgroepen en het organiseren van de ondersteuning. Ze werken daarbij vaak samen met lokale energiecoöperaties, bewonersinitiatieven, bedrijven en adviseurs.

Resultaten tot nu

Hoe is het tot dusver gegaan? Hoeveel huizen zijn er sinds begin 2023 aangepakt? Als we naar de SpUk LAI kijken, blijkt dat in de drie jaar dat deze regeling loopt er bijna 1,8 miljoen huiseigenaren en bijna 50.000 VvE’s zijn geïnformeerd, zo’n 120.000 adviezen uitgebracht en uiteindelijk bij ruim 78.000 huizen tenminste één isolatiemaatregel is uitgevoerd.

‘Eén isolatiemaatregel’ – zo staat het in het eindrapport [pdf]. Het zegt dus niets over het uiteindelijke resultaat, en of het huis hiermee klaar is om flink gas te besparen of van het gas af te gaan.

Uitgaande van de 750.000 huizen is er dus in drie jaar tijd bij ruim 10% ‘tenminste één maatregel genomen’. Dat betekent dat in de komende vier jaar nog ruim 670.000 huizen moeten worden geïsoleerd! Dat is een gigantische opgave.

Die opgave wordt zichtbaar als we deze resultaten omrekenen naar aantallen huizen per gemeente. Die 78.000 huizen bevonden zich in 282 gemeenten. Dat komt neer op ca. 386 huizen per gemeente. Laten we dit naast de reële hoeveelheid huizen leggen waar maatregelen nodig zijn. Daarvoor maken we gebruik van wijkpaspoort.nl. Als we een aantal gemeenten van verschillende grootte pakken, komen we op (ruwe schatting):

  • 386 tegen 47.000 huizen in Utrecht
  • 386 tegen 25.000 huizen in Arnhem
  • 386 tegen 5.500 huizen in Gemert-Bakel

Kortom: waar er duizenden, zo niet tienduizenden huizen moeten worden aangepakt, is bij gemiddeld 368 huizen ‘iets’ gedaan. Dit is een druppel op een gloeiende plaat. Natuurlijk is er meer dan alleen de SpUk-LAI. Er is ook de individuele subsidie ISDE, de WUP voor aanpassingen op wijkniveau, en diverse regionale regelingen. Daarvan wordt zeker gebruikgemaakt. Maar dit neemt het bedroevende resultaat van de SpUk LAI en het trage tempo waarin de energietransitie verloopt niet weg.

Driehoeksrelatie tussen gemeente, LEC en energiecoach

Hoe kan dit? Waar zit de bottleneck? Hiervoor moeten we kijken naar hoe het in de praktijk verloopt. Veel gemeenten, vooral de kleinere, hebben te weinig mensen en onvoldoende inhoudelijke en organisatorische kennis en capaciteit om een volwaardig programma op te zetten. Om subsidies bij de mensen te krijgen zijn ze afhankelijk van burgers zoals Lokale Energiecoöperaties (LEC). Deze kunnen collectief inkopen, aanbieders screenen, daarmee afspraken maken en kennis delen via Energieloketten. En inderdaad blijkt dat gemeenten die met een LEC samenwerken, meer voor elkaar krijgen.

Ook als je via de gemeente een afspraak met een energiecoach wilt maken, wordt je vaak doorverwezen naar een LEC. Deze vrijwillige energiecoaches bekijken de situatie thuis en geven gratis onafhankelijke voorlichting over de noodzakelijke aanpassingen en beste warmteoplossingen. Zij hebben de technische kennis om tot een juist oordeel te komen en kennen de regelingen. Ze spotten ook de kansen voor gestapelde subsidies. Daarnaast voorkomen ze fouten bij het aanvragen daarvan en helpen ze bij het opvragen en vergelijken van offertes van installatiebedrijven.

Er bestaat een driehoeksrelatie tussen gemeente, LEC en energiecoach (dus eigenlijk overheid en burgers), waarbij:

  • de gemeente de regie voert en het geld uitdeelt; hiermee wordt de LEC gesubsidieerd, krijgen de energiecoaches een opleiding en het Energieloket/-huis soms een ruimte om bezoekers te ontvangen;
  • de coöperatie de kennis, collectieve kracht en vertrouwensband met de buurt heeft,
  • en de energiecoach bij de mensen thuis komt om daar te helpen bij de uitvoering.

In de praktijk blijkt dat de gemeente zelf een beperkte bijdrage heeft. Zeker: er zíjn subsidies, maar het is aan jou of je daarvoor in aanmerking komt. Om inwoners te informeren houdt gemeente het meestal bij een wijkgerichte gemeentebrief met informatie over de subsidie. Soms zit daar een uitnodiging bij voor een informatieavond, vaak georganiseerd door de LEC. Ook wordt informatie verspreid via digitale kanalen zoals de gemeentewebsite en social media.

De rest is aan jou als huiseigenaar, huurder of VvE. In de energietransitie wordt veel van mensen gevraagd. En dat is een aanpak die bij de een beter werkt dan bij de ander. Het zijn vooral de actieve en zelfredzame voorlopers die hiervan profiteren. Mensen die toch al bezig waren en hun weg naar de gemeente en (individuele) subsidies weten te vinden. Buiten deze groep vallen mensen buiten de boot. Meld je je zelf, dan doe je mee. Ben je daar nog niet klaar voor, lig je eruit.

Het zijn vooral de Middengroepen die de subsidies mislopen. Zoals de cijfers hierboven laten zien, is dit veruit de grootste groep. Zij komen niet uit zichzelf in actie. Hun hoofd staat er niet naar en ze zijn totaal niet bezig met isoleren en verduurzamen. Ze laten zich niet zien op informatieavonden, checken geen websites, melden zich niet bij het energieloket en sturen geen e-mails naar de gemeente. Het enige waar ze zich zorgen om maken, zijn de gestegen kosten.

Verdeling van groepen in Voorlopers, Middengroepen en Achterblijvers

Dit zijn de jonge en grote gezinnen, druk met werk en gezin. Eigenaren van oudere woningen. Ze weten weinig van het onderwerp en durven er vanwege de onzekerheid geen geld aan uit te geven. Toch willen ze graag, zeker nu de prijzen enorm stijgen. Ze weten alleen niet hoe. Ze raken snel de weg kwijt in de overvloed aan informatie hierover. Omdat ze geen overzicht hebben, blijven ze twijfelen.

Uit onderzoek blijkt, dat deze Middengroep zit te wachten op twee dingen:

  1. Meer duidelijkheid van de overheid, zodat huiseigenaren weten waar ze aan toe zijn en of hun investeringen ook over enkele jaren nog hun geld waard zijn. Er moeten voorspelbare regels komen die niet steeds veranderen (zie: saldering, verplichte warmtepompen, subsidievoorwaarden);
  2. Een simpel en overzichtelijk plan dat laat zien hoe je van een kil huis met hoge gasrekening stap voor stap gecontroleerd kan toewerken naar een warm huis met lage rekening. Geen technische uitleg over Rd-waardes, soorten isolatie en de laatste versies van warmtepompen. Middengroepen zetten pas de eerste stap als ze een concreet beeld hebben hoe ze de verduurzaming van hun huis in hun drukke leven kunnen organiseren en betalen. Ze hebben vertrouwen nodig dat het ook bij hun kan. Daarvoor heb je eerst een globaal overzicht nodig, zonder veel details. Dat kan met een handleiding die inzicht geeft en de volgorde laat zien waarin je je woning het beste kunt verbeteren en hoe de losse onderdelen samenhangen. Hiermee kun je je eigen plan maken uitgaande van je persoonlijke situatie.

De conclusie is: wat gemeenten op dit moment doen, is niet genoeg om in de buurt te komen van de gestelde doelen. Vooral huiseigenaren die zich niet uit eigen beweging melden bij de gemeente zijn daarvan de dupe.

Wat is nodig?

Er moeten twee dingen gebeuren:

  1. Gemeenten moeten bewoners zelf actief huis-aan-huis gaan benaderen, of LEC’s stimuleren en ondersteunen om dat te doen.
  2. Er moet worden opgeschaald om de grote aantallen huiseigenaren te bereiken met de juiste informatie.

Dat betekent voor veel gemeenten een breuk met de bestaande manier van werken. Er is een nieuwe aanpak nodig. Niet meer wachten tot mensen zich melden, maar een omvangrijke campagne waarmee grote groepen huiseigenaren in één keer worden benaderd. We merken dat deze ambitie er is, maar de middelen vaak ontbreken.

Gelukkig zijn er nieuwe communicatiemiddelen waarmee dit mogelijk is. En is er voldoende geld beschikbaar, onder meer vanuit de NIP-subsidies waarin ook budget voor communicatie is opgenomen. Gemeenten kunnen dit gebruiken om zelf een programma op te zetten of LEC’s hierbij te helpen.

Huiseigenaren benaderen en bereiken kan namelijk op meerdere manieren:

  1. Huisbezoek werkt het beste. Het werk van energiecoaches is daarom belangrijk en erg waardevol. Toch is hun impact beperkt omdat zij alleen de kleine actieve groep bereiken; de mensen die erom vragen. Daarnaast is hun werk arbeidsintensief. Zelfs als huiseigenaren zich wel allemaal melden, kunnen de vrijwillige energiecoaches nooit de duizenden en in grote steden tienduizenden huizen bezoeken.
  2. Opschalen naar grote aantallen kan met de op-één-na-beste oplossing: per doelgroep thuis bezorgen van een praktische handleiding met aanbiedingsbrief in de huisstijl van de gemeente. Dit vraagt geen initiatief van de ontvangers. Als de envelop, brief en folder voldoen aan de eisen van effectieve overheidscommunicatie, is dit een heel goed middel. Voor een relatief klein bedrag per woning bereik je met doelgroepgerichte huis-aan-huis verspreiding veel grotere groepen huiseigenaren. Mét effect: uit eigen onderzoek blijkt dat 20-30% zelf aan de slag gaat, en 5% de hulp van een energiecoach inroept.
Man houdt opengeslagen 5 stappen-handleiding vast

Deze beide manieren sluiten elkaar niet uit, natuurlijk. Ze zijn eigenlijk een prima combinatie. De handleiding kan bewoners helpen om zelf de eerste stap te zetten, maar is ook juist een manier om de hulp van een energiecoach te stimuleren, zoals uit de cijfers blijkt. Deze is dus geen vervanging van bestaande activiteiten en programma’s, maar een slimme en haalbare aanvulling daarop. Je kunt er zo zelfs een compleet programma van maken, waarin je de tijd neemt om zoveel mogelijk inwoners over de drempel te krijgen. Hiermee kunnen gemeenten een veel grotere impact maken en de doelstelling van het NIP binnen bereik houden.

Meer artikelen

Vragen of meer weten?

Neem contact op met:

Bas Holtzer: 06 41 91 22 95 | bas@manufesta.nl

Wim van der Wiel: 06 520 901 68 | wim@manufesta.nl